Over de linkerpink

amandanobel.nl

Het gevoel in en op ons lichaam wordt geregistreerd in goed omschreven en welbekende gebieden in de hersenen. Dat geldt voor ons hele lijf, maar niet elk deel ervan krijgt evenveel aandacht, dat wil zeggen aan ruimte – in letterlijke zin – in de her-senen. Hier geldt: hoe subtieler het benodigde gevoel, des te groter het gebied in de hersenen waar het aanspraak op kan maken. De huid op de rug, bijvoorbeeld, wordt maar door een klein stukje grondgebied in de hersenen vertegenwoordigd, terwijl dit een groot deel van ons lichaamsoppervlak beslaat. Het gebied van de lippen en de tong daarentegen is vele malen groter, en dat is omdat we ze nodig hebben om te proeven, eten en spreken. Ook de vijf vingers hebben niet elk de beschikking over een even groot gebied in de hersenen. Integendeel, het gebied dat de duim representeert is het grootst, gevolgd door de wijsvinger, terwijl de pink maar een heel klein stukje hersenschors kan claimen. Dat geldt al helemaal voor de linkerpink, want de meesten van ons zijn rechtshandig. Het gebiedje in de hersenen dat het gevoel van onze linkerpink representeert, maakt dus maar aanspraak op een gering deel van de gevoelsschors in onze hersenen. Dat wil zeggen: met uitzondering van een bepaalde groep mensen, voor wie de linkerpink bijzonder belangrijk is. Bij hen is de gevoeligheid en behendigheid van de vinger die zo’n onbeduidend plekje in onze hersenschors heeft toegewezen gekregen, extra ontwikkeld. Hun linkerpink maakt overuren. Over wie ik het heb? Violisten. 

amandanobel.nl

Speelt u viool (of een ander strijkinstrument) of heeft u goed opgelet hoe strijkers muziek maken? Zo ja, dan weet u al dat de snaren worden bespeeld met de linkerhand; de rechterhand wordt gebruikt voor het hanteren van de strijkstok. Maar het is niet de gehele linkerhand die voor het bespelen van de snaren wordt gebruikt; de duim bevindt zich achter de hals van het instrument en wordt alleen gebruikt om de positie te bepalen. Veel gevoel hoeft er in die duim dus niet te zitten. Des te belangrijker is de sensitiviteit in de andere vier vingers van de linkerhand: die moeten met name drukgevoelig zijn, om aan te kunnen voelen hoe diep de snaar moet worden ingedrukt en voor het vibrato. Onderzoekers van de universiteiten van Konstanz en Münster uit Duitsland en Alabama uit de usa redeneerden dan ook dat het intensieve gebruik van de linkerpink bij violisten tot veranderingen in de hersenen zou kunnen leiden. Ze gingen ervan uit dat wanneer je zo iets onnatuurlijks doet als met je linkerpink een snaar indrukken, dat niet zonder gevolgen in de hersenen kan blijven. Meer specifiek: het gebied in de hersenen gereserveerd voor het gevoel in de linkerpink, namen ze aan, zal bij strijkers groter zijn dan bij niet-strijkers. Ze besloten de gevoeligheid van de pink en duim in beide handen te meten en wel door gebruik te maken van een apparaatje dat extra luchtdruk op deze vingers toediende. Dat is nauwelijks te merken, maar dit verschil wordt wel degelijk door de hersenen geregistreerd. En dat is weer te meten door elektrische signalen in de hersenen op te vangen. 

     De onderzoekers vergeleken negen musici van ongeveer 24 jaar oud, die gemiddeld al zo’n twaalf jaar strijkinstrumenten bespeelden, met zes personen die bij wijze van spreken nog nooit een muziekinstrument hadden aangeraakt. Ze dienden de luchtpufjes afwisselend toe op duim en pink van elke hand en brachten vervolgens de hersenactiviteit van de proefpersonen in kaart. De resultaten waren overduidelijk: bij de strijkers produceerde het gebied in de hersenen dat het gevoel van de linkerpink representeert een veel sterker signaal dan datzelfde gebied bij de 

controlepersonen, terwijl de hersenactiviteit in het duimgebied niet verschilde. Ook bleek het gebied in de hersenen dat de vingers van de linkerhand representeert vergroot bij de strijkers ten opzichte van dat van de niet spelende leeftijdgenoten. Opvallend was bovendien dat een sterk verband werd gevonden tussen hoe lang de musici het instrument al bespeelden en zowel de grootte als de gevoeligheid van dat hersengebied. Dat suggereert dat het hersengebied gevoeliger is geworden door het vele spelen en oefenen. Immers, als het alleen een kwestie van aanleg was geweest, dan had het effect bij alle strijkers ongeveer even uitgesproken moeten zijn. Maar dat was dus niet zo: hoe meer de linkerpink zich moet inspannen, des te groter het hersen-gebied dat voor de pink is gereserveerd in de hersenen. Dat verschil blijkt aanzienlijk: de activiteit van het hersengebied van de linkerpink is twee keer zo groot bij de strijkers die rond hun vijfde levensjaar zijn begonnen met spelen, als bij hen die pas rond hun twaalfde de strijkstok hebben opgepakt. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *